maandag 29 maart 2010

VIA DE SPIONNENBRUG NAAR 'POTSDAM'


Donderdag 25 maart.
Op 9 november 2010 opende Angela Merkel ter gelegenheid van de herdenking van de val van de muur samen met de oude George Bush en Michael Gorbatsov de ‘Villa Schöningen an der Glienicker Brücke’. Een museum gewijd aan de geschiedenis van de Glienicker Brücke, een van de beroemdste bruggen uit de tijd van de Koude Oorlog. Dit was de plek waar spionnen werden uitgewisseld tussen oost en west, bij elkaar een kleine dertig geheim agenten in zo’n veertig jaar. Een historische plek dus, zoals er vele zijn in Berlijn en een ‘leuk uitje’ op de eerste warme lentedag van het jaar, na een lange, koude winter.
Dus pakken wij de S-bahn (S7) naar Potsdam en stappen uit in Nicolassee, in de veronderstelling dat we daar wel eerst wel even aan de oevers van de Grosser Wannsee kunnen genieten van de ochtendzon. Maar het ‘Strandbad Wannsee’, een van de populairste zomerattracties voor de Berlijners, ligt er verlaten en gesloten bij, omgeven door bossen en grote lege parkeerterreinen. Noodgedwongen wandelen wij door het bos naar de villawijk Nicolassee en kijken onze ogen uit. Dit is het Bloemendaal van Berlijn met grote villa’s al dan niet met uitzicht op de Wannsee, afgewisseld met ambassades en de buitenverblijven van dure boot- en jachtclubs. Alles afgegrendeld en goed bewaakt en geen enkele mogelijkheid om als argeloze toerist aan de waterkant te komen.
Waanzin
De stilte van de villawijk is voorbij wanneer we bij S-bahnhof Wannsee arriveren. Hier heerst de ‘wahnsinn’ van het Wannsee-toerisme. Dit is de plek waar de geschiedenis in meerdere opzichten zijn sporen heeft nagelaten. Om te beginnen natuurlijk dor de grote ‘Wannseekonferenz’ uit 1942 waar, onder leiding van Heydrich, door de Nazi’s de ‘Judenfrage’ werd opgelost. Maar minstens zo belangrijk was de Postdamconferentie, of eigenlijk waren het er twee, in februari en in juli 1945, waarin de Amerikanen, Russen en Engelsen Duitsland onder elkaar verdeelden.
En daar tussenin ligt dan de Glienicker Brücke die Berlijn met Potsdam verbindt, met net over de brug in Potsdam de Villa Schöningen. Een van de vele villa’s en kasteeltjes die rond de Wannsee gedrapeerd zijn en waarvan er een aantal kunnen worden bezocht. Zoals het Jagdschloss Glienicke, het Schloss Babelsberg, de Liebermann-Villa, de atelierwoning van schilder Max Liebermann, en het Schloss Ceclilienhof, waar de Potsdamconferentie werd gehouden. Kortom een gebied om dagen door te brengen wanneer je geïnteresseerd ben in kunst en geschiedenis en dat op nog geen half uur met de S-bahn vanuit hartje Berlijn.
Wij pakken de bus en laten ons droppen op de Glienicker Brücke. Een doodnormale, groene stalen brug, die twee oevers met elkaar verbindt en van waar je een mooi uitzicht hebt op de Wannsee en de bossen erom heen. Zeker op zo’n mooie lentedag kun je je nauwelijks de verschrikkingen voorstellen die zich hier hebben afgespeeld. Want afgezien van de spionnenuitruil hebben ook wanhopige Oost-Duitsers pogingen gedaan de zwaar bewaakte brug over te komen. Slechts eenmaal is het in al die jaren gelukt om met een zware vrachtwagen door de versperringen te breken en de witte streep te bereiken die midden op de brug de grens tussen oost en west aangaf. Wandelend over de brug moet je er echt moeite voor doen om nog de contouren van die witte streep terug te vinden.
Alles wat je over de brug verder wilt weten is terug te vinden in de Villa Schöningen, een prachtig gerenoveerde witte villa, waarin kosten noch moeite zijn gespaard om er een sjiek museumpje van te maken. Veel multimedia aan de muur, met foto’s en filmpjes die het verhaal vertellen van de brug, maar ook van de villa zelf, die in de DDR-tijd een kinderdagverblijf herbergde, waar kinderen de hele week verbleven, terwijl buiten de Vopo’s de wacht hielden bij de brug en de muur die langs het water liep aan de oostkant van de Wannsee. Mooi is, dat je vanuit de villa door de ramen heen voortdurend de brug in beeld hebt waar het zich allemaal heeft afgespeeld. Maar ietsje minder ‘design’ en geldverkwisting in de villa zou wel op zijn plaats geweest zijn. Nu veeg je in het toilet je billen af met ‘zwart’ toiletpapier (grapje van een doorgeslagen ontwerper). Een schril contrast met de omstandigheden in het kindercentrum van voor 1989.
Schloss Cecilienhof
Achter de villa strekt zich langs de Wannsee een groot parkgbied uit, het ‘Neuer Park’, met diverse landhuizen, theehuizen en paleisjes. Een daarvan is het Schloss Cecilienhof, in het begin van de vorige eeuw daar verrezen onder supervisie van Cecilia, de echtgenote van keizer Wilhelm II, die in 1918 zijn biezen moest pakken en verbannen werd naar Nederland. Maar het landhuis in Engelse stijl bleef tot in de tweede wereldoorlog in bezit van de keizerlijke familie. In 1945 lieten de Russen hun oog erop vallen in verband met de Potsdamconferentie tussen Rusland, Amerika en Engeland, waarin Duitsland en Berlijn in vier sectoren werd opgedeeld en de Oder-Neisse grens werd getrokken tussen Duitsland en Polen. Stalin, Churchill (Atlee) en Roosevelt (Truman) hebben er in de tuin gezeten om zich te laten fotograferen nadat ze de buit hadden verdeeld.
Nu is de fraai gelegen Cecilienhof in groepsverband te bezoeken. Een gids leidt je rond door de historische vertrekken, maar zegt heel eerlijk dat er van de oude inrichting uit het landhuis weinig tot niets bewaard is gebleven. Er staan gelegenheidsmeubelen in de diverse vertrekken die een sfeer van vroeger oproepen. Datzelfde geldt voor de indrukwekkende grote zaal waar de conferentie werd gehouden en waar bijna alles is nagebootst. Alleen de foto’s aan de wanden geven de echte situatie weer. Toch maakt de plek als zodanig indruk omdat hier geschiedenis werd ‘gemaakt’. Hier werden op landkaarten nieuwe grenzen getrokken, die bijvoorbeeld in 1949, toen de DDR, ontstond ook de scheidslijnen vormden tussen Oost- en West Duitsland en tussen Oost- en West Berlijn. In Potsdam werd het IJzeren Gordijn dichtgeschoven in Europa, dat pas vierenveertig jaar later met de val van de muur weer werd opengetrokken.

LANGS DE SPREE NAAR CHARLOTTENBURG




Woensdag 24 maart: De goede weersvooruitzichten, met een lentezonnetje en temperaturen van rond de 15 graden drijven ons naar buiten vandaag. Ik twijfel tussen de Wannsee of Filmpark Babelsberg, maar het wordt uiteindelijk een spontane ‘zwerfwandeling’ vanuit ons appartement in Moabit naar Schloss Charlottenburg. We volgen de meanderende oever van de Spree richting Alt Moabit, de oude arbeiderswijk, die samen met aangrenzende Wedding nu als een van de probleemwijken van Berlijn wordt beschouwd. Wijken waar vergrijzing, armoede en werkloosheid een belangrijke rol spelen. Daarom is het goed dat het grote farmaceutische concern Bayer net een masterplan gepresenteerd heeft voor een nieuw industrie- en kantorencomplex in Wedding, wat in elk geval de werkgelegenheid weer ten goede komt.
Wij laten Alt Moabit al snel achter ons en volgen de Kaiserin-Augusta-Allee richting Charlottenburg. Een gebied waar weinig toeristen komen, met oude woonblokken en een mix van oude en nieuwe kantoren en industriegebouwen. De voormalige, immense ‘Turbinenhalle’ langs de brede Kaiserin-Augusta-Allee is nu een conglomeraat van handels- en verkoopkantoren, met automobielbedrijven en verzekeringskantoren. Als je goed kijkt zie je langs de Spree nog de sporen van de oude industriële bedrijvigheid uit het begin van de vorige eeuw. Aan de overkant van de Spree zien we de dikke schoorstenen van het ‘Kraftwerk Charlottenburg’, de energiecentrale die dit deel van Berlijn van stroom voorziet, en in de verte ligt ‘Siemensstadt’, een naam die voor zichzelf spreekt. Dit is een stadsdeel waar gewerkt werd en wordt, met speciaal voor de arbeiders gebouwde wooncomplexen tussen de oude fabrieken.
Als wij de brug over het Charlottenburgerkanal oversteken, de waterverbinding tussen de Spree en de Westhafen, komen we in de wijk Charlottenburg, sjieker dan Moabit en Wedding.
Schloss Charlottenburg
Wij steken de Spree over en komen direct uit bij Schloss Charlottenburg, een van de grote toeristische trekpleisters van de stad. Na het Jüdisches Museum het meest bezochte 'museum' van Berlijn. Oorspronkelijk in 1695 gebouwd als zomerverblijf voor keurvorstin Sophie Charlotte en in de eeuw erna aanzienlijk uitgebreid en vergroot door Friedrich der Grosse, die zijn naam eer aandeed, en Friedrich Wilhelm II. die achter het paleis ook een enorme Schlossgarten liet aanleggen. Nu bestaat het langgerekte Schloss Charlottenburg bij elkaar uit een halve kilometer paleis en daarachter nog eens enkele vierkante kilometers Schlossgarten, met de nodige gebouwen, paden, lanen en meertjes. Schloss Charlottenburg zelf bestaat uit een prachtig hoofdgebouw met koepeltoren, links daaraan vastgebouwd de orangerie en rechts, de als laatste gebouwde oostvleugel. In het hoofdgebouw zijn stijlkamers ingericht uit verschillende klassieke stijlperiodes, van barok tot rococo, terwijl in de oostvleugel wisseltentoonstelling worden gehouden. De orangerie is nu permanent in gebruik voor banketten bij kaarslicht en muziekuitvoeringen in oude stijl, met musici in 17de eeuwse kledij. Een toeristenattractie om de paleissfeer van vroeger te laten herleven.
Wij doen een rondje Schlosspark. Lopen langs de Spreeoever tot de fraaie Belvédère, en dan terug naar het Mausoleum midden in het park, waar de Koninklijke helden van vroeger liggen opgeslagen. Beelden van Sophie Charlotte, Friedrich III, Wilhelm I en Friedrich Wilhelm II op marmeren sarcofagen, in een neoclassicistische tempel waar een sfeer van heiligheid hangt. Dus kijken bezoekers geïrriteerd op als ik me kwaad maak omdat ik van een suppoost geen foto’s mag maken (nee ook niet zonder flitslicht). De discussie zet zich buiten voort, maar overtuigende redenen hoor ik niet. De ‘Stiftung’ (Preussische Schlösser und Garten) wil het niet omdat ze anders geen ‘Postkarten’ van het Mausoleum meer verkopen. Maar die ansichtkaarten zijn in het Mausoleum zelf helemaal niet verkrijgbaar. Daarvoor moet je honderden meters verder naar de museumwinkel in het hoofdgebouw. De suppoosten met wie ik in discussie ga verschuilen zich achter ‘de regels’, maar blijkbaar is het een ‘hot issue’, want ik hoor dat binnenkort de regels veranderen. In de toekomst moet je een extra bedrag betalen bovenop de entreeprijs en mag je overal fotograferen. Extra betalen als compensatie voor de derving van inkomsten doordat er minder ansichtkaarten worden verkocht; dat noem ik nou publieksonvriendelijk.
Charlottenburger Tor
Wij wandelen na ons rondje om het paleis, via de drukke Kaiser Friedrich-Strasse richting Wilmersdorf. Pauzeren even voor een thee met een Bretzel, een grote zoute krakeling, en sukkelen dan de lange, lange Bismarckstrasse af richting Tiergarten. Dit is een van de langste en breedste verkeersaders van Berlijn, drukker, breder en langer dan de Ku-dammn. Het is dé verkeersweg van West naar Oost, met ergens in het midden het Ernst Reuterplein, een van de drukste verkeersknooppunten van Berlijn. Rondom dit plein staan de talrijke gebouwen van de Technische Universiteit, die dit gebied domineert. De zesbaans autoweg gaat verderop onder een immense moderne reclamepoort door, die de scheiding vormt tussen Charlottenburg en de wijk Tiergarten. Direct erachter staat de oude Charlottenburger Tor, met de beelden van keurvorst Friedrich III en zijn vrouw Sophie Charlotte. De poort dateert uit 1905 en vormde een pendant van de Brandenburger Tor om aan te geven dat Charlottenburg destijds de rijkste stad van Pruisen was. Bij latere verbredingen van de Charlottenburger Chaussee werd de poort in twee helften uit elkaar getrokken, waardoor er nu weinig imposants meer van over is, zeker niet met die gigantische reclamepoort ernaast die alle aandacht opeist. Het enig leuke is de antiek- en rommelmarkt, de oudste Trödelmarkt van Berlijn, die elk weekend aan de voet van de Charlottenburger Tor wordt gehouden en die zich uitstrekt tot het S-Bahnhof Tiergarten, met in een van de bogen een van sfeervolste eetcafé’s van Berlijn, de ‘Tiergarten Quelle’, waar de porties groot zijn en de prijzen klein. Iets wat je van de prijzen op de Trödelmarkt niet kunt zeggen. Dus daar gewoon op zijn Hollands: ‘kijken, kijken, niet kopen’!

ARJEN ROBBEN DE HELD VAN BEIEREN




Woensdag 24 maart 2010. Nederlandse voetballers doen het momenteel goed in Duitsland. Het begon met Raphaël van der Vaart die bij HSV furore maakte, terwijl Mark van Bommel in München een vaste waarde werd bij Bayern. Inmiddels heeft Van der Vaart in Spanje stuivertje gewisseld met Van Nistelrooij, de nieuwe publiekslieveling van de Hamburgers. En ook München heeft er een Nederlandse ster bij: Arjen Robben. Sinds hij door Van Gaal naar München is gehaald begon voor de Bayers de victorie. Robben is de slagroom op de taart, de man die voor wat extra’s zorgt in het elftal, die het verschil uitmaakt tussen winnen of verliezen. Dus nestelen wij ons op woensdagavond 24 maart om kwart voor 9 op onze ´sofa´ in Berlijn om het ‘Mirakel van München’ zelf in actie te zien. De vooruitzichten zijn aanlokkelijk: ons wacht de halve bekerfinale tussen Bayern München en Schalke 04, de beide koplopers in de Duitse competitie.
De verwachtingen op en rond het veld zijn hooggespannen en het is vooral ook een treffen tussen twee toptrainers: Louis van Gaal en Felix Magath. De heren stonden vanmorgen al breed uitgemeten in de Berliner Morgenpost.
Tijdens de wedstrijd is Van Gaal de rustigste van de twee. Magath zit onafgebroken te mopperen op zijn ploeg, die duidelijk de mindere is van de twee. Schalke speelt defensief, blijft steeds hangen op de eigen helft, waardoor er voor de Bayers bijna geen doorkomen aan is. Het is vooral een tactisch schaakspel op het middenveld, met Bayern 60% in balbezit. Het gevaar, de doelpunten, moeten dus komen van individuele acties, van bijvoorbeeld Arjen Robben of van fouten in de verdediging. Af en toe ijn er wel wat doelrijpe kansen, zo gaat Robben een keer alleen op de keeper af, maar na 90 minuten is het nog steeds 0-0.
Wereldgoal
Pas in de verlenging wordt de wedstrijd in de 112de minuut opengebroken door… Arjen Robben. Hij pikt op de eigen helft op rechts een bal op en begint aan een lange rush langs de lijn. Passeert een, twee, drie spelers op snelheid, gaat met een schijnbeweging binnendoor het strafschopgebied in en schiet op volle snelheid de bal geplaatst met de binnenkant van de voet onhoudbaar in de linkerbovenhoek. Een wereldgoal, zoals alleen grote voetballers dat kunnen. Robben is zichzelf ook bewust van zijn prestatie, rent op de tribune met Bayernsupporters af, trekt in extase zijn voetbalshirt uit, wat hem uiteraard een gele kaart kost, en landt op zijn knieën voor een van de camera’s langs het veld. Als een ingestudeerde scène in een speelfilm. Dan storten de andere spelers zich op hem en begint het geknuffel van de held, die al snel daarna gewisseld wordt vanwege het risico op nog een gele kaart. Onder een daverend applaus verlaat hij het veld, krijgt nog een kopje van Van Gaal en wacht in de dug-out het eind van de wedstrijd af, die door Bayern met 1-0 wordt gewonnen dankzij het formidabele doelpunt van Robben. In zijn beste Duits mag hij daarna voor de Duitse camera vertellen hoe blij hij is dat ze de finale hebben bereikt en dat hij dat doelpunt vooral opdraagt aan zijn vrouw en aan zijn dochtertje.
Knuffelheld
Wat een knuffelheld die Arjen Robben, die inmiddels door de Duitsers op handen gedragen wordt door zijn onnavolgbare acties en zijn doelpunten, waardoor Bayern nu bovenaan staat in de competitie. Ik weet nog hoe moeilijk Van Gaal het had in november omdat het toen nog voor geen meter liep bij de Bayernploeg. De ommekeer kwam nadat ze, een dubbeltje op zijn kant, in de achtste finale van de Champions League een belangrijke wedstrijd wonnen, ook door een doelpunt van Robben. Daarna bleven de Bayers aan de winnende hand, aangevoerd door de nieuwe Kapitän van de ploeg, Mark van Bommel, die samen met Bastian Schweinsteiger, een ijzersterk duo vormt op het middenveld. Met daarvóór de snelle vleugelspitsen, Ribery en ‘Robery’, zoals de Nederlander ook wel liefkozend wordt genoemd. Alleen houten klaas Klose past daar als spits niet tussen. Stel je voor dat Van Nistelrooy daar had gestaan, dan was de aanval compleet geweest, met een ideaal aanspeelpunt voor de een-tweetjes met de snelle mannen. Maar Van Nistelrooy speelt de sterren van de hemel in Hamburg en elke keer als hij aan de bal is galmt er een langgerekt ‘Ruuuuuuuuuuuud’ door het stadion. En net als Robben voldoet hij aan de verwachtingen en scoort hij regelmatig.
Ook in de dagen na de topper tussen Bayern en Schalke zijn de Duitse kranten nog onder de indruk van de klassegoal van Robben. Hij is nu de grote man van Bayern en heeft Franck Ribery de loef afgestoken. Sterker, de Fransman begint af en toe, uiteraard geheel tegen zijn zin, op de bank omdat Herrn Von Gaal niet voor 100% tevreden over hem is. En nu maar hopen dat ‘Robery’ heel blijft, want het is een blessuregevoelig mannetje, dat veel aanslagen op zijn enkels te verwerken krijgt. Alleen door overtredingen is hij af te stoppen, waardoor hij vaker gestrekt ligt dat de meeste andere Bayernspelers. Maar zolang hij rechtop staat gaat er een constante dreiging van hem uit. Dat belooft wat voor het WK in Zuid-Afrika!
Naschrift: Nog geen week later blijkt Robben inderdaad in de lappenmand te zitten en speelt niet mee in de Champions League-wedstrijd tegen manchester United. Maar ook die wedstrijd weten de Bayern verrassenderwijs te winnen...

vrijdag 4 december 2009

VAN STASI-KNAST NAAR SHOW-PALAST




Donderdag 26 november
Een van de meest grimmige toeristische ‘attracties’ van Berlijn is zonder twijfel de Stasi-gevangenis 'Hohenschönhausen' in de gelijknamige buitenwijk van Oost-Berlijn. De oude ‘Stasi-Knast’ is nu een Gedenkstätte is en trekt per jaar zo’n 250.000 bezoekers. Helaas mag je er individuele bezoeker niet vrij rondlopen, maar moet je je aansluiten bij de twee of drie rondleidingen die er per dag worden gegeven door ex-gevangenen.
Na een lange rit met S-bahn en tram en vervolgens nog een kleine kilometer lopen over de Genslerstrasse, staan wij rond 11 uur voor de poort van Hohenschönhausen. Een gevangenis zoals je je die in je fantasie voorstelt: met een grote toegangspoort en een klassieke gevangenismuur. Alleen de diverse wachttorens passen niet in dat beeld, die horen meer bij een concentratiekamp. En dat is het vroeger ook geweest. Om het grote gevangeniscomplex heen staan ook nog allerlei andere vervallen oude gebouwen, die tot 1990 allemaal behoorden tot een reusachtig 'Sperrgebiet' waar gewone DDR-burgers niet mochten komen. Het was het domein van de Stasi, het onderdrukkingsapparaat van het Ministerie van Staatsveiligheid. Zo staat er een groot gebouw waar in het verleden de enorme hoeveelheid aan apparatuur werd onderhouden en gerepareerd die door de Stasi werd gebruikt om mensen te bespionneren. Voorbeelden hiervan zijn te zien zijn in het Stasimuseum. Ook waren er allerlei werkplaatsen en fabrieksgebouwen waar gevangenen werkten.
In Hohenschönhausen kwam je als DDR-burger terecht als je bijvoorbeeld betrapt (of verraden) was vanwege vluchtplannen of daadwerkelijk een vluchtpoging had gedaan ('Republikflucht'). Maar ook de demonstranten en deelnemers aan de opstand van de 17de juni 1953 werden er opgesloten, evenals ‘foute’ communisten (de vijanden van de heersende kliek), maar ook mensen die voor hun geloof uitkwamen, zoals de Getuigen van Jehova. Zelfs als je in de DDR naar de (verboden) westerse TV keek was je al een vijand van de staat.
Gruwelgevangenis
De basis voor de gruwelgevangenis, die Hohenschönhausen voor veel Oost-Duitsers is geweest, werd gelegd door de Sovjets. Die verbouwden in 1945 het grote keukengebouw van het concentratiekamp Hohenschönhausen, tot een speciale onderzoeksgevangenis, met onder andere een speciale kelderverdieping met ‘watercellen’. In de ‘U-boot’, zoals dit gedeelte van de gevangenis werd genoemd, werden gevangenen gefolterd door ze in koude, donkere cellen, lange tijd tot hun enkels in het water te laten staan om ze daarna bij een verhoor tot een bekentenis te dwingen. Ook de Stasi maakte gebruik van deze methode en enkele van de ‘watercellen’ zijn nog te zien in Hohenschönhausen. Ga er even in staan in het donker (zonder water) en je realiseert je hoe gemakkelijk je mensen tot een bekentenis kunt krijgen.
Met name de Russen moeten in 1945 en 1946 aardig tekeer zijn gegaan in Hohenschönhausen. Er zaten toen rond de vierduizend mensen onder miserabele hygiënische omstandigheden in cellen bij elkaar gepropt, waardoor er in anderhalf jaar een kleine duizend (Duitse) gevangenen zijn overleden. De lijken werden eenvoudig gedumpt in de bomkraters of tussen de puinhopen in de omgeving. En wie Hohenschönhausen overleefde verdween daarna vaak als dwangarbeider naar Rusland.
De Stasi nam in 1951 het complex van de Russen over, handhaafde de keldergevangenis met watercellen en zette er een nieuw gevangenisgebouw naast met tweehonderd cellen en verhoorkamers.Vooral de twee complete verdiepingen met honderdtwintig (!) verhoorkamers maken veel indruk bij de rondgang door het gevangeniscomplex. Het idee dat daar vele tientallen gewone burgers dagelijks werden verhoord en psychologisch bewerkt omdat ze het niet 100% met het systeem eens waren. Mensen werden er soms weken- tot maandenlang gehersenspoeld tot hun wil gebroken was. En wie opstandig bleef kon rekenen op een harde aanpak, opsluiting in isoleercellen, in de watercel of in een van de tijgerkooien buiten: vier kale wanden met gaas en prikkeldraad erboven. Pure folter. Maar meestal ging het er subtieler aan toe: langdurig psychologische druk uitoefenen, een niet-roker in een cel zetten met rokers, verhoorkamers met plaatjes aan de muur van landen en steden waar je niet naar toe mag. Een ‘aardige’ ondervrager die zogenaamd begrip voor je heeft, of een verklikker als celgenoot.
Ideologische gids
Onze rondleider schudt de voorbeelden zo uit zijn mouw. Hij heeft zelf niet in Hohenschönhausen gezeten, maar in een van de vijftien andere gevangenissen in de DDR waar je als politieke gevangene terecht kon komen. En dus weet hij alles uiteraard beter en geeft geen ruimte voor discussie. Bij het begin van de rondleiding heeft hij al te kennen gegeven dat hij geen zin heeft in ideologische discussies, maar zijn stellige uitspraken lokken daar voortdurend toe uit. De helft van wat hij te vertellen heeft gaat over hemzelf, over wat de DDR hem heeft aangedaan en wat hij in de gevangenis heeft meegemaakt. Maar tegelijkertijd heeft hij iets tegen ‘Wessies’ en betweterige toeristen, die wat lacherig en schamper over de DDR doen. Een raar soort paradox. Ik herken in hem de klassieke, drammerige ideoloog, die het ongetwijfeld moeilijk moet hebben gehad. Toen en nu nog steeds.
Omdat de rondleider mij een beetje op de zenuwen werkt, dwaal ik zelf wat rond door de lange gangen met verhoorkamertjes, op zoek naar mooie plaatjes. Ik verbaas me over het goedkope meubilair en de soms knullige elektronica. Overal langs de muren in de gangen hangt op ooghoogte een snoer, waar je aan kon trekken om alarm te slaan, maar het ziet er niet uit. Houtje-touwtje werk, aan elkaar geknoopt met banaanstekkers. Wat de gids later nog de grap ontlokt dat ze wel degelijk bananen hadden in de DDR, namelijk banaanstekkers. Het bewijs hangt in de gangen van de Stasi-gevangenis.
Na anderhalf uur verplichte politieke les van onze rondleider staan we weer op de grote binnenplaats. Terwijl de gids alweer enthousiast op de volgende groep afrent – voor hem is het vermoedelijk een vorm van therapie – scharrelen wij nog wat rond in de provisorische boekhandel annex cafetaria. Ik word moedeloos van het overaanbod aan boeken en brochures over DDR, Mauerfall, nationaal-socialisme, tweede wereldoorlog etc. Dat hebben we nu wel een beetje gehad na bezoeken aan Sachsenhausen, het Stasimuseum en de 'Stasi-Knast'. Maar ik kan het toch niet laten om nog even rond de gevangenis te wandelen en te zien hoe buiten de gevangenismuur in de voormalige werkplaatsen van het concentratiekamp nu tal van bedrijfjes zijn gevestigd; tot een sauna aan toe. En aan de andere kant van het complex staat een lange rij keurige gezinswoningen met dagelijks vrij uitzicht op de gevangenismuur en de bijbehorende wachttorens. Leuk wonen in Hohenschönhausen.
Kerstsfeer
In het met tientallen kerstbomen versierde ‘Allee-Center’ aan de Landsburger Allee komen we weer wat op adem. Om ons heen blinken de sterretjes blinken en doen de Hohenschönhausers hun eerste kerstinkopen. De winkels in het moderne winkelcentrum zijn al compleet in kerststijl opgetuigd en verlicht, terwijl wij in Nederland nog in de Sinterklaastijd leven. Maar in Berlijn telt Sinterklaas niet mee, al zie ik wel ergens een affiche hangen, waarin gewezen wordt op 6 december en 'Sankt Nikolaus'. De kerstsfeer in het Allee-Center vormt een schril contrast met de treurnis in de Stasi-gevangenis.
Wij worden van allebei een beetje treurig en zoeken ons heil bij een biertje in de 'Ständige Vertretung ', een populair politiek café-restaurant aan de Schiffbauerdamm, schuin tegenover de brug bij Bahnhof Friedrichstrasse. Naar zeggen is het café, met zijn opmerkelijke bijna museale interieur, met documenten, krantenknipsels en honderden ingelijste foto’s van Duitse politici en politieke gebeurtenissen aan de muur, in 1990 toen Berlijn (weer) de hoofdstad van Duitsland werd, met de ambtenaren uit Bonn meegereisd naar Berlijn. Een gezellig groot bruin café, waar je ook kunt eten. Maar dat doen wij ernaast in café restaurant 'Berliner Republik', waar ze gespecialiseerd zijn in de Duitse keuken. Heerlijk. Er gaat niets boven Bratkartoffelen met een Berliner wurst.
Het wordt vandaag een dag met grote contrasten, zo blijkt wanneer we om 7 uur arriveren bij het 'Friedrichstadtpalast', ons tweede uitje van de dag. Van de 'Stasi-Knast' naar het 'Show-Palast'. Een groter contrast is nauwelijks denkbaar. Ook Friedrichstadtpalast is een icoon van de oude DDR, gebouwd op de plaats van het legendarische, oude Metropol Theater dat in de tweede wereldoorlog werd vernield. Het Friedrichstadtpalast was voor de Oost-Duitsers een soort Tuschinskitheater, maar dan veel groter. Grotesk groot zelfs voor een eenvoudige boeren- en arbeidersstaat als de DDR. Net zoals het even groteske 'Palast der Republik', dat uiteindelijk de Wende niet heeft overleeft. In tegenstelling tot het Friedrichstadtpalast dat glorieert als nooit tevoren. Een zaal, waar Carré tweemaal in kan, met 1800 plaatsen en het grootste podium van Europa, zoals voor de voorstelling vol trots wordt aangekondigd. Ook in de glimmende folder van het amusementspaleis lezen we dat Friedrichstadtpalast het ‘grootste en modernste showpaleis‘ van Europa is.
Winterträume
Wij gaan erheen voor de nieuwe wintershow 'Winterträume'. Kost een lieve duit, maar de zaal zit tot de nok vol. En dus geven we ons gewillig over aan het grote showballet, zangers en zangeressen, acrobaten, kunstschaatsers en ander vertier. Begeleid door een geweldig orkest, ergens verborgen in een grote balkonloge. De show ziet er spectaculair uit met fraaie decors, verschillende podia en zelfs een complete ijsvloer waarop dubbele axels gedraaid kunnen worden. Kosten nog moeite en mensen gespaard om er een wervelende show van te maken. Met als hoogtepunt dertig sexy danseressen op een rij, die keurig in de maat de benen tot ooghoogte in de lucht schoppen. 'Las Vegas in Berlijn', zoals de krant het omschreef. Zelf moest ik denken aan de befaamde 'Rockettes', de danseressen die al vele jaren dagelijks hetzelfde doen in de 'Radio City Music Hall' in New York. Koude rillingen kreeg ik er destijds van en ook nu trekt er een huiver door de zaal. ‘So heiss war kalt noch nie’, heeft een slimme reclamemaker al bedacht als lokkertje voor de show. Wij worden er eerlijk gezegd niet echt warm of koud van; het is op zijn best middle of the road-entertainment.
Wat ons meer opwindt is het gedoe in de pauze en om de voorstelling heen. In het ‘showpaleis’ dat ooit gebouwd werd voor het volk in een klasseloze maatschappij, viert nu het kapitalisme hoogtij. Wie geld heeft kan het hier laten rollen en kiezen voor een VIP-behandeling. Je van huis laten ophalen in een stretched limousine, of je auto laten parkeren door een parkeerjongen (valet parking). Direct doorlopen bij de garderobe naar de VIP-hoek, uiteraard de beste plaatsen in de zaal en in de pauze je eigen VIP-lounge, of VIP hangtafel, waar je drankje al ingeschonken staat. Wij kwamen min of meer per ongeluk in de VIP-hoek terecht, maar werden gelukkig gedoogd. Na de voorstelling lopen we terug richting Bahnhof Friedrichstrasse, zoeken tevergeefs naar het oude 'Tränenpalast', het alternatieve theater dat jarenlang voor de deur van Bahnhof Friedrichstrasse stond, maar dat blijkt te zijn verdwenen. Net als de muur. Opgegaan in het verleden van de grootstad.

vrijdag 27 november 2009

TUSSEN KUUROORD EN KULTURBRAUEREI




Woensdag 25 november 2009
Vandaag staat er een wandeling op ons programma naar Wedding en Prenzlauer Berg. ‘Zwischen Kiez und Schikimicki’, heet de wandeling in onze architectuurgids en daar kan ik geen chocola van maken. Wel weet ik dat als een Berlijner het over zijn ‘kiez’ heeft, hij het over zijn buurtje heeft. Daar zijn ze meer aan gehecht dan aan de stad zelf, zo las ik in een verhaal in de Berliner Morgenpost. Berlijners zijn weliswaar grootstedelingen, maar ze leven en denken provinciaals. Hun eigen buurtje kennen als hun broekzak, maar in de nieuwe koepel van de Reichstag zijn ze nog nooit geweest. Waarom zouden ze? Wat moet je in Neukölln als je in Prenzlauer Berg woont. Berlijn is zo groot en heeft zoveel verschillende stads- en dorpskernen. Daar kom je als toerist in een lang weekend of een week helemaal niet aan toe. En de Berlijner zelf blijft vooral in zijn eigen ‘kiez’. Alleen uitgaan doe je misschien in de ‘City’. Maar als je in Prenzlauer Berg woont, de trendy wijk vlakbij Mitte, heb je in de 'Kulturbrauerei' alles bij de hand, zoals wij later op de dag zullen merken.
Gesundbrunnen
Maar eerst sporen we van Tiergarten via Friedrichstrasse en Alexanderplatz naar Gesundbrunnen, een van de grootste spoorwegknooppunten van Berlijn. Het station uit 1877, lag tot 1989 aan de oostkant van de muur. De naam herinnert aan het kuuroord dat hier in de 19de eeuw moet zijn geweest, maar daar is weinig van terug te vinden. Wel ligt er langs de diverse spoorlijnen nog een groot park, het Volkspark Humboldhain, dat in 1869 werd aangelegd, dus nog voor het station werd gebouwd. Het station heeft na de val van de muur een gigantische face-lift ondergaan door de bouw van het moderne 'Gesundbrunnen Center', helemaal over het oude station heen. Een enorme winkelarcade die veel publiek trekt, met daaronder het oude spoorwegemplacement.
Wij zijn verbaasd over de omvang van het complex in dit deel van de stad en dolen aanvankelijk wat ontheemd rond voor we het startpunt van onze wandeling hebben gevonden. Die ligt aan de rand van het volkspark, waar een wandelweg omhoog voert naar de ‘Flaktürme’, een oude betonnen constructie, die in de tweede wereldoorlog werd gebruikt voor het afweergeschut van de Duitsers tegen overvliegende Engelse en Amerikaanse bommenwerpers. Na de oorlog werd op dezelfde plek een deel van het puin verzameld uit de gebombardeerde stad en ontstond een kunstmatige heuvel, een met groen bedekte ‘Trümmerhaufen’, die nu een fantastisch uitzicht biedt over Oost-Berlijn en het spoorwegcomplex van Gesundbrunnen.
AEG-fabrieken
Aan het andere eind van het park zien we de voormalige AEG-fabrieken liggen, ons volgende doel. Het enorme fabriekscomplex is een aantal jaren geleden al verlaten door AEG, zoals er veel grote industrieën uit Berlijn zijn vertrokken. Nu zit het innovatiecentrum van de Technische Universiteit er, samen met een verzameling van allerlei technische bedrijven. Privéterrein zo blijkt als ik even over een denkbeeldige lijn heenstap voor het maken van een foto van de oude indrukwekkende montagehal van AEG. Een schitterend voorbeeld van oude industriële architectuur uit het jaar 1912.
Binnen de kortste keren staat er een portier voor me, die me laat weten dat fotograferen verboden is. Alsof ik een geheime kerncentrale aan het fotograferen ben in Iran. En dan realiseer ik me dat ik in het oude Oosten ben, waar ik al eens eerder ben opgepakt omdat ik een ‘verboden’ foto maakte (van de muur). Ook deze portier doet zijn ‘plicht’ en kadaverdiscipline houdt in, dat iedereen zich aan de regels moet houden. Maar dit is te gek voor woorden, want er is geen slagboom en als ik drie stappen achteruit doe sta ik op de ‘openbare weg’ en kan ik dezelfde foto maken. Door mijn hoofd schieten weer de vooroordelen over Duitsers: of ze zijn ontzettend autoritair, of ze zijn ontzettend volgzaam, eigenschappen die nog zijn overgeleverd uit het feodale tijdperk. En dit is het volgzame type voor wie discipline en regels heilig zijn. Erover praten heeft dan ook geen zin en we lopen lachend door. Maar het lachen vergaat ons als we verderop op een van de oude gebouwen opeens een plaquette tegenkomen met een herinnering aan de Poolse dwangarbeiders die hier in de tweede wereldoorlog hebben gewerkt en die vanuit het concentratiekamp Sachsenhausen dagelijks werden aan- en afgevoerd.
De hoofdingang van het oude fabrieksterrein ligt aan de andere kant van het complex, waar we tussen nieuwbouwflats nog de oude ingangspoort terugvinden met daarop Allgemeine Elektrizitätsgesellschaft. Een industrieel monumentje aan de Brunnenstraat, de belangrijkste verkeersader van de arbeiderswijk Wedding. Vandaar lopen we naar de Gliemtunnel, een lang viaduct onder het spoor door, dat de grens vormde tussen Wedding (West) en Prenzlauer Berg (Oost). Sinds de val van de muur is de Gliemtunnel weer open. Vroeger lag in het niemandsland tussen Oost en West, een uitgestrekt goederenemplacement. Dat heeft nu een nieuwe bestemming gekregen als groengebied, dat ‘Mauerpark’ gaat heten, omdat hier vroeger de muur liep. Een verwarrende naam want die Mauer liep natuurlijk door heel Berlijn.
Mauerpark
Op dit moment wordt er in de buurt nog hevig gesteggeld hoe het Mauerpark eruit moet gaan zien, zo horen we in café Niesen aan de Schwedterstrasse, waar ooit de muur direct langs liep. Niesen is een prachtig, alternatief café, met een interieur dat zo afkomstig lijkt uit onze jaren zeventig. Ook die sfeer lijkt er nog te heersen. Buurtbewoners komen er met hun kinderen na school wat drinken. Heel relaxt en ‘locker’ zoals de Duitsers het noemen. Ook de Kuchen in ‘café-salon-social’ Niesen, zoals de kroeg volgens de kaart heet, laat zich goed smaken en de eigenaar komt, als hij merkt dat we ‘Ausländer’ zijn, meteen met een knipselmap aanzetten met oude foto’s van de muur die direct voor het café stond en die het einde vormde van de ‘Französchische Sektor’.
Niet ver van café Niesen ligt ook de Bornholmer Brücke, de grensovergang die het eerst open ging na de val van de muur in 1989. Ik wil er om die reden graag even overheen lopen, maar we stranden op een lange voetgangersbrug boven een niemandsland van spoorlijnen en rails. Hier ligt het verkeersknooppunt voor alle trams en treinen die vanuit de stad naar het noorden gaan. Een fascinerende omgeving: vanaf de voetgangersbrug kijk je neer op een wirwar van spoorrails en om de haverklap schieten er internationale treinen of Strassenbahnen onder je door. Verderop zien we het station van Gesundbrunnen en rechts daarvan de Bornholmer Brücke. Maar we kunnen er zo niet komen en keren om in de richting van de grote sporthal (Max Schmeling-Halle), en het atletiekstadion (Friedrich-Ludwig-Jahn-Sportpark) die het huidige Mauerpark flankeren. Een heftig beschilderde lange muur langs het sportpark, paradijs voor graffitispuiters, brengt de toeristen op een dwaalspoor, maar is niet dé muur. Die is hier afgebroken en alleen de naam Mauerpark herinnert er nog aan.
Prenzlauer Berg
Vanuit het Mauerpark lopen wij de wijk Prenzlauer Berg in, met zijn talrijke alternatieve winkeltjes, restaurantjes en trendy zaakjes. Via de populaire Eberswalder Strasse komen we in het hart van Prenzlauer Berg: het 'Hochbahnviadukt' op de hoek van de Dantziger Strasse en de lange en brede Schönhauser Allee, de belangrijkste verkeersweg van Prenzlauer Berg. Omdat het inmiddels bijna donker is en wij onze gids niet meer goed kunnen lezen, beëindigen wij onze wandeling voortijdig in de Kulturbrauerei, de voormalige bierbrouwerij van Schultheiss uit 1850. Weer zo’n groot industrieel complex in rode baksteen, dat een compleet nieuwe bestemming heeft gekregen. De bierbrouwers hebben plaats gemaakt voor kunstenaars, muzikanten en kunstverkopers. Er zitten nu galerieën, ateliers, een markthal, een groot filmhuis, restaurants, en zalen voor muziek en theater. Het is dé grote trekker voor mensen die willen uitgaan in Prenzlauer Berg.
Vandaag is er op het grote binnenterrein net een sfeervolle kerstmarkt open gegaan. Een van de vijfenveertig kerstmarkten in Berlijn! Het is een echte familiekerstmarkt met kleine draai- en zweefmolens voor kinderen en van die ouderwetse schuitjesschommels voor volwassenen. En verder natuurlijk - zoals op elke kerstmarkt - tientallen houten huisjes waar je van alles kunt eten (van gepofte kastanjes tot Lebkuchen) en drinken (van Glühwein tot absint!). Ook is er van alles te koop voor de kerst: kaarsen, engeltjes, lampjes, houtsnijwerk, en allerhande kerstversiering. Ook de Kulturbrauerei zelf is al helemaal in kerststijl versierd, wat het rode gebouwencomplex een sprookjesachtige aanblik geeft.
Filmpremière
In het restaurant van het Filmhaus wagen wij ons aan een cocktail en een ‘kaasplankje’, dat een maaltijd blijkt te zijn. Op een van de wanden in het sfeervolle, grote (tapas)restaurant wordt de film Casablanca vertoond met Humphrey Bogart en Ingrid Bergman. Ik voel me er als cinefiel meteen thuis. Helemaal wanneer we later in de hal van het megafilmhuis, midden in de hectiek van een filmpremière terecht komen. De Duitse film Die Tür beleeft vanavond hier zijn Berlijnse première en de rode loper ligt al klaar voor de hoofdrolspelers. De pers is in groten getale uitgerukt, met veel fotografen en camerateams. Ik heb een sterk déjà vu-gevoel: alsof ik op de Berlinale, het jaarlijke grote internationale filmfestival terecht ben gekomen bij een persconferentie.
Maar het gaat nog even duren voor de sterren arriveren, dus spoedden wij ons naar huis voor de sterren van ‘FC Hollywood’, zoals in Duitsland de bijnaam is van voetbalclub Bayern München. Bayern is de nieuwe club van trainer Louis van Gaal, die net op tijd het zinkende schip van AZ heeft verlaten. Verder draait Mark Van Bommel er al een paar jaar mee als middenvelder en sinds dit seizoen speelt ook Arjan Robben in München, tenminste wanneer hij niet op de bank zit, want hij is meestal geblesseerd. Ook met Bayern zelf gaat het niet naar wens: ze staan in de middenmoot in de competitie omdat ze te weinig scoren. Maar vanavond in de Champions Leaguewedstrijd tegen Haifa is het geluk aan de zijde van Van Gaal. Al is de 1-0 minimaal en de wedstrijd niet om over naar huis te schrijven. Dus doe ik dat verder ook niet.

DE TAJ MAHAL IN KREUZBERG




Zaterdag 21 november 2009
Het is goed weer vandaag. Zacht voor de tijd van het jaar, met regelmatig zon. Ideaal voor een wandeling. We willen graag wat zien van Kreuzberg en Neukölln. Met Wedding en Moabit behorend tot de oude (arbeiders)wijken van Berlijn. Wijken waar niet alleen veel allochtonen wonen, maar ook ‘autonomen’ die regelmatig in het nieuws zijn door demonstraties, autobranden, kraakacties en verzet tegen de bestaande orde. Uit onze architectuurgids van Berlijn kiezen we een wandeling ‘Rund um die Spreeinsel’, te beginnen in het Nicolaiviertel en eindigend bij de Janowitzbrücke in de buurt van de Alexanderplatz.
Landhauskuchen
Wij beginnen onze wandeling bij een oubollig café in huiskamersfeer, waar vier vaste klanten al om 12 uur aan het bier zitten en wij koffie bestellen met een stuk van ‘Oma’s Landhauskuchen’; het grootste stuk Kuchen dat ik ooit op mijn bord heb gehad. Belachelijk. Een compleet middagmaal. Ik word gek van dat ‘oversized’ gedoe: dubbelgrote Kuchen, dubbele Wiener Schnitzels, halve liters bier, een ‘pott’ koffie in plaats van een kop, of een latte macchiato in een ‘vaasje’. Heel onhandig als je daarna gaat wandelen en het toch frisser is dan gedacht. Dat wreekt zich op de blaas.
Wij volgen de route en aanwijzingen in de architectuurgids en worden daarin vooral gewezen op nieuwe spectaculaire gebouwen die, midden jaren negentig na de val van de muur zijn opgetrokken. Zoals in de Alte Jakobstrasse in het Märkisches Viertel, met oud- en nieuwbouw op een mooie harmonische manier naast elkaar en/of in elkaar geïntegreerd. Zo sta je de ene keer voor een fraai oud kantoorgebouw uit 1905 van Franz Schwechten, dezelfde architect die ook de Kaiser-Wilhelm-Gedächtnis-Kirche heeft gebouwd en vijf huizen verder vergaap je je aan een opvallend groene woontoren uit 1995. En het vloekt niet eens met elkaar. Dat is knap.
Net zoals het oude vakbondsgebouw uit 1900, een beschermd monument met een klassieke poort in het midden waar je doorheen kunt lopen naar de vier binnenhoven die erachter liggen. Maar voor de huizen met de mooiste binnenhoven moet je niet hier zijn, dat zijn de 'Hackesche Höfe', vlakbij de Alexanderplatz, waar nog oude wooncomplexen zijn met vijf binnenhoven.
Berenkuil
Een van de mooiste gebouwen waar we vervolgens in onze wandeling tegenaan lopen is het Märkisches museum, vlakbij de Spree. Een volkenkundig museum dat we niet bezoeken maar er wel vol bewondering omheen lopen vanwege de bijzondere architectuur. Gebouwd tussen 1899 en 1908 in de bekende rode baksteen, die je in meer openbare gebouwen en kerken in Berlijn tegenkomt en tien jaar geleden prachtig gerenoveerd. Aan de zijkant van het gebouw staan wat verweesde stukken muur, die er in de jaren negentig zijn neergezet voor de toeristen, maar interessanter is het Köllnischen Park achter het museum waar een 'Bärenzwinger', een oude berenkuil te vinden is. Zomaar in een gewone woonbuurt, met ernaast een kinderspeelplaats. Maar de twee bruine beren die er volgens een bord in moeten zitten zijn niet thuis. Die zitten vermoedelijk in hun winterverblijf in de Zoo bij knuffelijsbeer ‘Knut’.
Naarmate we oostelijker komen gaat de oude architectuur langzaam over in nieuwbouw. We zijn terechtgekomen in de 'Plattenbau' - zoals ze de nieuwbouwflats hier noemen - van het Heinrich Heineviertel. Dat wil zeggen: langgerekte flatwijken, met uit betonplaten opgetrokken goedkope flatjes. Klein en ongetwijfeld erg gehorig. Met wel overal er omheen parkeergelegenheid, het nodige groen en voorzieningen als supermarkten, kindercrèches, bejaardenflatjes en koffietentjes waar je nog voor 1,40 een kop koffie kunt krijgen, maar helaas niet te drinken. Hier wonen de minder kapitaalkrachtige Berlijners en zijn de prijzen nog lager, maar is de kwaliteit navenant minder. De flats stammen meestal uit de jaren zestig en hebben in de meeste gevallen intussen een facelift ondergaan met vaak knallende kleuren.
In de Heinrich Heinestrasse, een lange, brede verkeersstraat die dwars door de wijk loopt, gaan we op zoek naar de voormalige grensovergang - een van de tien in Berlijn - die we met enige moeite vinden. Zoals overal markeert een rij dubbele klinkers de loop van de muur; opvallend dicht langs de huizen aan de westkant. Dit waren de grensovergangen voor de Duitsers zelf, waar je als buitenlander niet overheen mocht.
Engelenvijver
Een absolute verrassing daarna is de Engelbecken, waar de muur in een halve maan omheen liep. De ‘engelenvijver’, met aan het uiteinde de Michaelkirche, doet in de verte wat denken aan de bekende vijver met de Taj Mahal in India. Ook hier spiegelt de kerk zich in het water, maar erom heen ziet het er wel wat anders uit. Aan de westkant staan nog enkele mooie 19de eeuwse panden, maar aan de oostkant lelijke flatgebouwen met daarachter ook nog eens de hoge schoorstenen van de elektriciteitscentrale van Vattenfall aan de Spreeoever. Merkwaardige contrasten tussen mooi en lelijk rond een engelenmeertje.
De Engelbecken is een langerekte verzonken vijver waar je omheen kunt lopen en die ooit deel uitmaakte van het Luisenstädtischen Kanal, dat de Spree met het Landwehrkanaal verbond. Het kanaal zelf is in 1926 drooggelegd en op de bodem is nu een laag gelegen groene wandelpromenade aangelegd. Weer eens wat anders dan een gracht dempen en er een verkeersweg van maken. Dit mooie en verrassende, onbekende stukje Berlijn komt even verrassend uit in een van de lelijkste stukken die we tot dusver hebben gezien: de Köpenickerstrasse, het domein van de autonomen en de ‘afvalarchitectuur’. Opeens staan we tussen door krakers bezette oude huizen en fabrieksgebouwen. Vol graffiti en politieke leuzen en met de nodige rotzooi op straat. Een beetje zoals het alternatieve kunstenaarskraakpand ‘Tacheles’ in de Oranienburgerstrasse, denk je eerst nog argeloos, maar hier heerst een agressievere sfeer. Als je een terrein opstapt, begint er meteen een hond te blaffen en een bord geeft direct al aan dat fotograferen niet gewenst is. Hier huizen de linksautonome antikapitalisten, die regelmatig demonstreren tegen het grootkapitaal en die het ook hebben voorzien op kapitalistische auto's als BMW’s en Mercedessen, die regelmatig in de fik worden gestoken. Ook tegenover de grote energiecentrale van Vattenvall die het stadsbeeld hier overheerst, is langs de Spree in een oude fabriek een autonomenkolonie gevestigd. Hier verspert een slagboom de toegang tot het ‘Schwarzer Kanal’ zoals deze vrijgevochten Berlijners hun domein hebben gedoopt.
Vanaf de Michaelbrücke over de Spree vormt de brokkelige en afgetakelde bebouwing van het Schwarzer Kanal een curieus contrast met de fraaie skyline van de Alexanderplatz aan de andere kant. Met de bekende Fernsehturm, het Rote Rathaus, het hoge Park Inn hotel en het Bahnhof Alexanderplatz, met als extra blikvanger nu een groot reuzenrad, vanwege de kerstkermis, die vlakbij de Alexanderplatz is opgebouwd. De kerstmarkt is nog niet open, daarom drinken we om weer een beetje warm te worden aan het eind van onze wandeling maar een 'Glühwein' in het 'Eiscafé' van de ‘Alexa’, het nieuwe populaire winkelcentrum bij de Alexanderplatz. Ondanks het koude weer zit bijna iedereen om ons heen aan het ijs. Grote coupes ijs met slagroom, want de Duitsers zijn echte ijseters. En ook hier geldt: hoe groter hoe beter. Wij kijken er met stijgende verbazing naar, bedenken hoe zij van binnen steeds kouder worden terwijl wij zelf langzaam warm worden van de Glühwein.

dinsdag 24 november 2009

OP ZOEK NAAR MIJN STASI-AKTE




Donderdag 19 nov. 2009
Na de val van de muur is de Stasi een nieuwe attractie geworden in Berlijn. Sinds de film Das Leben der Anderen weten we iets beter hoe geraffineerd de Staatssicherheitsdienst van de DDR te werk ging en wat voor ellende dit heeft veroorzaakt onder de bevolking. Gewone burgers werden op grote schaal in de gaten gehouden door 91.000 officiële medewerkers van het Ministerium für Staatssichterheit (MfS) en door ca. 180.000 inofficiële medewerkers of IM'ers. En dat kon zowel je buurman als de bakker op de hoek zijn.
Het MfS zat in Oost-Berlijn in een enorm complex aan de Normannenstrasse, waar tegenwoordig onder meer het Stasimuseum gevestigd is. In het complex, dat vele huizenblokken beslaat zit ook het Stasi-archief waar mensen hun dossier kunnen bekijken. Verder is er nog een klein Stasi-museum in de Mauerstrasse, niet ver van Checkpoint Charlie en wie wil weten hoe ze in de Stasi-gevangenis omgingen met politieke vijanden moet naar Hohenschönhausen, een afschrikwekkend gevangeniscomplex in een van de anonieme buitenwijken van Oost-Berlijn.
Ook het grote Stasi-complex aan de Normannenstrasse ligt in zo’n typisch Oost-Berlijnse 'Plattenbau'-wijk, met lange rijen uit betonplaten opgetrokken, goedkope flats. Eindeloze rijen flats die zich uitstrekken langs de kilometers lange Frankfurter Allee in de wijk Lichtenberg. Vroeger werd deze lange straat, het verlengde van de Karl-Marx-Allee, gebruikt voor de traditionele 1 mei-parades, waar met veel machtsvertoon het leger voorbij trok aan de tribunes met partijbonzen en regeringsfunctionarissen. Nu is de Frankfurter Allee een drukke vierbaans autostraat, die je niet zomaar oversteekt.
Spionnenfabriek
Omdat het zo’n gewone woonwijk is valt de spionnenfabriek van de Stasi in eerste instantie helemaal niet op als je vanuit de U-bahn de Frankfurter Allee op stapt. Tot je aan de gevel een bord met Stasimuseum ontdekt en iemand op straat je spontaan de goede richting uitwijst. Via een brede doorgang kom je op het grote binnenterrein van het immense complex. Met rondom grauwe huizenblokken waar duizenden medewerkers de dossiers van de DDR-burgers bijhielden. Een uit de hand gelopen machinerie die voor veel repressie en verdriet heeft gezorgd. Omdat ik zelf als journalist in de jaren tachtig – tevergeefs - benaderd ben om af en toe voor de boeren- en arbeidersstaat een stukje te schrijven, vermoed ik dat ik ook een ‘Stasi-Akte’, een dossier heb. Bovendien ben ik in 1985 in Oost-Berlijn ooit gearresteerd omdat ik een (verboden) foto van de Muur had gemaakt aan de Oostkant. Ik moest destijds na veel gedoe en urenlang debatteren en chicaneren op het politiebureau mijn rolletje inleveren, maar die foto wil ik nog altijd terug. Dus een goede reden om eens bij het Stasi-Archiv langs te gaan.
Of ze het bewust doen, weet ik niet, maar de bewegwijzering is belabberd, alsof ze nog steeds niet willen toegeven dat al die gebouwen er echt allemaal bij hoorden. En dan schijnen er elders ook nog 8200 ‘dienstwoningen’ geweest te zijn, heb ik ergens gelezen. Gelukkig neemt iemand me op sleeptouw naar ‘Haus 5’, het juiste gebouw. Eenmaal binnen heb ik het gevoel dat de tijd hier volledig heeft stilgestaan en er niets is veranderd sinds 1989. In een met glas afgesloten portiersloge zit een gezette dame in een te grote witte blouse, die ik door een gat in het glas mag vertellen wie ik ben en wat ik wil. Mijn Akte inzien? Ja, dat kan, maar de eerste vraag is natuurlijk of er überhaupt een dossier van mij bestaat.
Dus word ik met een aanvraagformulier in het grote trappenhuis aan een bezoekerstafeltje gezet, maar niet nadat ik eerst omstandig met behulp van mijn paspoort en mijn rijbewijs heb bewezen wie ik ben. Omdat ik het fotograferen niet kan laten maak ik eerst snel wat foto’s van de hal, met daarin een ouderwetse ‘paternoster’: twee open liften naast elkaar, die als een caroussel permanent naar boven en naar beneden gaan. Je springt er in en een verdieping hoger spring je er weer uit. Sneller kun je niet boven of naar beneden, maar die dingen zijn levensgevaarlijk en daarom al een tijd verboden. Maar in het Stasi-archief draait er een nog vrolijk zijn rondjes. Later zie ik er in de hal van het Stasimuseum ook nog een, maar die is letterlijk aan de ketting gelegd.
Ik heb mijn foto’s nog niet gemaakt of de dikke dame komt uit haar loge geschommeld om me er, met gevoel voor humor, vermanend op te wijzen dat ik nu alweer een 'verboden' foto heb gemaakt omdat fotograferen in de hal niet is toegestaan. Gelukkig worden er ditmaal geen Vopo's bij gehaald en hoef ik mijn rolletje niet in te leveren; wat trouwens erg lastig is met die digitale camera's van tegenwoordig. Maar ik had het kunnen weten. We zijn nog steeds in Oost-Berliijn en in zoverre lijkt er nog weinig veranderd.
Maar de teleurstelling komt pas als de beambte me uitlegt hoe het nu verder in zijn werk gaat met het inzien van mijn dossier. Terwijl ik dacht binnen een week een afspraak te kunnen maken, zegt zij doodleuk, dat ik blij mag zijn als mijn aanvraag binnen zes weken in behandeling wordt genomen. En dan kan het vervolgens nog wel een jaar, of langer, duren voor de Akte, als die er al is, kan worden ingezien. Maar, zo voegt ze er geruststellend aan toe, ik hoef niet per se naar Berlijn te komen, het kan ook in een van de andere vijftien voormalige deelkantoren van de Stasi in Oost-Duitsland. Een enorme geruststelling.
Maar dat bureaucratie toch werkt blijkt wanneer ik, 14 dagen later al, thuis een Eingangsbestätigung in de bus krijg. Hierin staat dat ik nu een 'dagboeknummer' heb, dat ik bij verdere correspondentie unbedingt moet gebruiken. Verder wordt om mijn begrip gevraagd voor het feit dat, door de veelvoud aan dagelijks binnenkomende vragen, de behandeling van mijn aanvraag nog wel enige tijd in beslag kan nemen.
Stasimuseum
Ik ben intussen bij mijn wandeling door Stasi-land aangeland in het naast het archief gelegen Stasimuseum, waar ze ook meteen weer moeilijk doen over fotograferen. Het mag wel, maar dan moet je een euro extra betalen. Lichte irritatie, maar je zegt geen nee natuurlijk. Bovendien krijg je een mooi, oud insigne van de FDJ, de Freie Deutsche Jugend, de jeugdbeweging van Egon Krenz. Maar niet verstandig om dat nu nog op je mouw te naaien.
Ook in het Stasimuseum diezelfde ouderwetse, bureaucratische sfeer als in het archief. Komt omdat ze het gebouw en het interieur zoveel mogelijk in tact hebben gelaten na 1989. Op zich een goede keus, want nu kun je op de tweede verdieping van het museum, dat oogt als een groot schoolgebouw, de oorspronkelijke werkruimtes van Stasiminister Erich Mielke en zijn medewerkers bezichtigen. Het is het 'spannendste' deel van het museum, al wandel je door 'gewone' kantoor- en werkruimtes, conferentiezalen en wachtkamers. Wel een beetje opgepoetst uiteraard, maar je krijgt een goed beeld van de sfeer van toen. En dan vooral van de inrichting, de kleuren, het DDR-meubilair, de standaard dubbele telefoons op het bureau, de kaartenbakken en de oude radio’s en bandrecorders in bureaukasten, want afluisteren was de grote specialiteit van de Stasi.
Een verdieping lager krijg je daar een mooi beeld van in een kabinet met de tekst ‘Wir sind überall’. In de ruimte is allerlei apparatuur tentoongesteld, die het mogelijk maakte om op een stiekeme manier mensen af te luisteren of te filmen. Camera’s in tassen, jassen, dozen, een vogelhuisje of verborgen achter een knoopsgat. Microfoons achter een stropdas of ingebouwd in tal van objecten. Busjes vol apparatuur die op straat stonden om mensen te bespioneren. Verder stikt het in het museum van de vaantjes, insignes, armbanden en ‘Ehrenurkunden’, waarmee de eigen medewerkers en het volk zoet werden gehouden. Een vaantje voor ’25 Jahre Kampfgruppen der Arbeitersklasse’ en je kon weer even vooruit.
Voorts in het museum heel veel (teveel) propagandamateriaal van de SED, de Sozialistische Einheitspartei Deutschland, de officiële partij in de DDR en antifascistische ‘waarschuwingen’ tegen het vermaledijde westen. Ook de val van de muur, wat eraan vooraf ging en de periode na 1989, komen in het museum uitgebreid aan de orde. Ter afsluiting drinken we een slappe koffie in de oude, zeer ruime koffiekamer van het voormalige ministerie van staatsveiligheid, waar op de TV in de hoek een speelfilm te zien is die vóór 1989 zonder twijfel verboden zou zijn geweest, en waarin nog eens breed wordt uitgemeten hoe fout het Stasi-bewind was.
Liebe Mauer
Wij hebben echter kaartjes voor een andere, nieuwe film over de DDR, die net uit is in de Duitse Kino's. Een romantische komedie met de verwarrende titel Liebe Mauer. We zien de film in het bioscoopcomplex Kubix op de Alexanderplatz, zo’n multiplexcinema met zeven theaters, dat kort na de val van de muur is gebouwd en waarmee het Westen zijn visitekaartje afgaf in het Oosten. Het verschilt in niets van de multiplexen die we in Nederland hebben, met dit verschil dat alles op het scherm in het Duits is nagesynchroniseerd. Er zijn maar een paar bioscopen in Berlijn, waar de films in originele versie (al dan niet ondertiteld) worden vertoond.
Voor Liebe Mauer maakt dat allemaal niet uit, want dat is een Duitse film, opgenomen in de studio’s van Filmpark Babelsberg net buiten Berlijn. Een komedie over een meisje in West-Berlijn, dat verliefd wordt op een aardige Vopo in Oost-Berlijn. De Stasi komt erachter en dan heb je de poppen aan het dansen. De jongen wordt onder druk gezet door de Stasi en het meisje krijgt de CIA op bezoek om voor het westen te spionneren. Zo stereotiep en clichématig als de pest, maar ik moest toch lachen om de Stasi-karakters, die wel erg grotesk worden neergezet. Maar met de gruwelijke werkelijkheid die wij eerder in het Stasi-hoofdkwartier hebben gezien, heeft het allemaal niets te maken. De enige vreugdevolle constatering is dat je nu in Oost-Berlijn vrijuit om de Stasi mag lachen.